• Een Boeing 747 nadert de Aalsmeerbaan op Schiphol.

    René de Leeuw.

Gemeenten geloven cijfers over vlieglawaai niet meer

SCHIPHOL Een deel van de gemeenten rond Schiphol is het vertrouwen kwijt in de luchthaven. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS. Twijfels betreffen vooral cijfers in de milieueffectrapportage (MER), die wel klaar is maar nog niet gepubliceerd, en de Omgevingsraad.

Gemeenten die de cijfers niet vertrouwen zijn onder meer Nieuwkoop, Castricum, Leiden, Lisse en Uithoorn. Wel vertrouwen hebben onder meer Aalsmeer, Amsterdam, De Ronde Venen, Haarlemmermeer en Kaag en Braassem. Voor de eerste versie van de MER is een verkeerd rekenmodel gebruikt. De verschillen met de herziene versie zijn zo groot dat de regering meer duidelijkheid eiste. Daar wordt nog aan gewerkt.

DOELSTELLINGEN Uit de MER zou blijken dat doelstellingen om de overlast te beperken ruim worden gehaald. De Uithoornse wethouder Hans Bouma hoort echter alleen maar meer lawaai: "Zolang wij niet merken dat de geluidsoverlast minder wordt, hebben wij geen vertrouwen in berekeningen die de indruk wekken dat het reuze meevalt met de overlast." Bouma constateert dat het aantal vluchten op Schiphol tussen 2008 en 2016 steeg met 9 procent, maar op de Aalsmeerbaan, waar Uithoorn last van heeft, toenam met 33 procent. "Vliegtuigen zijn stiller geworden, maar het zijn er nu veel meer."

OMGEVINGSRAAD Dertien van de 31 gemeenten in de Omgevingsraad vinden dat die raad niet goed functioneert, waaronder Aalsmeer, De Ronde Venen, Uithoorn en Kaag en Braassem. Haarlemmermeer spreekt zich niet uit, maar is wel kritisch: "Vaak zijn de onderlinge belangen te verschillend, waardoor het moeizaam is om tot een gezamenlijk advies te komen." In de raad zijn gemeenten, Schiphol, luchtvaartsector, provincies en omwonenden vertegenwoordigd. De raad speelt een hoofdrol in de discussie over Schiphol. Bijna alle gemeenten vinden dat ze te weinig invloed hebben op de besluitvorming, die "ondoorzichtig, log en onderhevig is aan beïnvloeding door Schiphol en de luchtvaartsector".

René de Leeuw