• Marianne Klinkenberg en Jan Dalmeijer

    Conny Vos

ThamerThuis viert twintigjarig bestaan

DE KWAKEL Twintig jaar geleden werd ThamerThuis opgericht. Aan de wieg van het bijna-thuis huis stond voormalig huisarts Jan Dalmeijer: "Vroeger bracht een buurvrouw een pannetje soep als iemand ziek was. Toen vrouwen meer buitenshuis gingen werken, konden ze niet meer zorgen voor hun buurvrouw. Met als gevolg dat mensen hele dagen alleen lagen. Er was behoefte aan een nieuw soort zorg." Eind jaren tachtig ontstond het idee van hospices.

"Toen ik minder ging werken, herinnerde ik me dat ik nog een krantenartikel in mijn la had liggen over een hospice in Nieuwkoop. We hebben een werkgroep opgericht en hebben heel brutaal gezegd dat we op een bepaalde datum zouden beginnen. Het idee sloeg meteen enorm aan. Iedereen was enthousiast en we hebben veel medewerking gehad. We waren pioniers. We wilden de dood uit de medische hoek halen. Een locatie was nog niet gevonden. Maar na een voordracht in het dorpshuis in De Kwakel vroeg iemand of de parochie geen optie was. Kwakelse vrijwilligers hielpen bij de verbouwing. Ze zijn nog steeds bereid om te helpen en het gebouw ziet er tip top uit," aldus Dalmeijer.

Sinds die begintijd is er weinig veranderd. "We hebben nog steeds twee bedden beschikbaar," vertelt voorzitter Marianne Klinkenberg. '"We willen het kleinschalig houden. Het uitgangspunt is als het thuis niet meer gaat, dan verplaatsen we de zorg naar ons gebouw. Thuis als het kan en hier als het moet. Het bijna-thuis huis draait op vrijwilligers. We zetten vrijwilligers in bij mensen thuis en sinds kort kunnen we ook vrijwilligers inzetten in verpleeghuizen of instellingen voor verstandelijk gehandicapten. We leiden onze vrijwilligers zelf op in het omgaan met mensen die gaan sterven. Patiënten die bij ons komen zijn in hun laatste levensfase en wij willen hen passende hulp bieden."

Wanneer mensen horen dat ze nog maar een paar maanden te leven hebben, moeten ze een moeilijke afweging maken. "Ze kunnen doorbehandelen tot het einde en zich de laatste maanden ziek voelen. Daardoor komen ze niet toe aan het afscheid nemen van het leven. Of de dood accepteren, dat is belangrijk voor een goed sterfbed', vertelt Dalmeijer. 'De stervensfase is belangrijk, dat leidt tot diepere onderlinge gevoelens. Het is een emotionele tijd met aandacht voor elkaar. Het is vaak een opluchting voor mensen dat ze niet meer hoeven te strijden, dat ze zich mogen overgeven. Dan ga je niet meer vechtend dood."

Op 19 mei viert ThamerThuis het twintigjarige bestaan voor genodigden. "Het feest is om onze zeventig zorgvrijwilligers en onze donateurs te bedanken," vertelt Marianne Klinkenberg. Tegelijkertijd hebben drie bestuursleden het jubileum aangegrepen om afscheid te nemen. "Maarten Poelmans, Herman Aaij en ik zijn er vanaf het begin bij geweest," zegt Jan Dalmeijer trots. ""We hebben het volgehouden omdat alle neuzen dezelfde kant op stonden. We hadden een gezamenlijke visie." Voorlopig zijn er geen grote koerswijzigingen te verwachten. ThamerThuis blijft zich inzetten voor een goede zorg in de laatste levensfase.

Conny Vos