• Marwan Alabrash met zijn jongste zoon

    Conny Vos

Kettinggesprek met Marwan Alabrash uit Syrië: 'Het was een dodenreis'

UITHOORN Marwan Alabrash liet alles achter in Syrië en vluchtte voor het oorlogsgeweld naar Nederland. Het gezin woont nu in Uithoorn. Melle Mellink begeleidde het gezin de eerste tijd en vraagt of ze inmiddels gewend zijn.

¨Op deze foto's zie je ons huis, helemaal verwoest. We woonden vlakbij Damascus, de hoofdstad van Syrië. In 2012 waren we al in grote haast naar een veilige plek gevlucht. We konden niets meenemen. We hadden niets meer, behalve de kleren die we aan hadden. Elke tien meter stond een soldaat met een Kalasjnikov. Overal waren mensen aan het wegrennen. Ze vroegen of ze mee mochten rijden, maar onze auto zat vol. Daarna ben ik alleen naar Libanon gegaan.¨

Toen bent u op reis gegaan naar Nederland?

¨De eerste stap was met het vliegtuig naar Turkije. Daarvandaan ging ik met een rubberboot met vijftig mensen naar Griekenland. We hebben vier uur op de zee gedobberd, zonder benzine. Het was een gevaarlijke tocht. Toen heb ik dagenlang door verschillende landen gelopen. Ik was erg moe. We moesten klimmen en we liepen over een spoorbrug. Als er een trein aan was gekomen, hadden we er vanaf moeten springen de rivier in, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Het laatste stuk ben ik met de vrachtwagen naar Nederland gereden. Daar kwam ik aan met zes vrienden. Tijdens de reis kon ik geen internetcontact hebben met mijn familie, want dan zouden we onszelf verraden. Maar ik wil niet meer aan de reis denken. Ik wil alles vergeten. Het was een dodenreis.¨

Waar kwam u toen terecht?

¨De eerste drie dagen zat ik in het AZC in Ter Apel. Daarna verbleef ik in het AZC in Dronten. Na een maand ging ik naar Wageningen. Daar kreeg ik een advocaat die ging regelen of ik in Nederland mocht blijven. In Arnhem kreeg ik het positieve bericht dat ik vijf jaar mocht blijven. Daarna ging ik naar Luttelgeest om te wachten op een huis. Deze periode duurde negen maanden. In die tijd is mijn familie naar Nederland gekomen. Eerst woonde ik in een kamer met vier mannen. Daarna kregen we een eigen huis in het AZC en later verhuisden we naar Uithoorn. Ik had al vijf jaar geen eigen huis meer gehad.¨

Hoe vond u het in Uithoorn?

¨Soms leuk, soms niet leuk. Er moest veel worden geregeld: gas, licht, water, huur. Daarmee heeft Vluchtelingenwerk ons geholpen. Vanaf de eerste dag moesten we naar school en werk zoeken. Dat geeft stress. In mijn land had ik twee banen. Ik had een klein magazijn met droog eten en ik was boekhouder. Maar de taal is een probleem. Het spreken is moeilijk. De letters die ik met mijn tong moet maken zijn anders dan in het Arabisch. Ze zeggen dat ik dan in een fabriek moet gaan werken, maar door de reis heb ik last van mijn rug en schouders. Ik wil graag werken, maar dan op kantoor. Ik doe een inburgeringscursus. Ik moet nog drie vakken en dan ben ik geslaagd.¨

Zijn jullie inmiddels gewend in Nederland?

¨We zijn voor tachtig procent gewend in Nederland. We gaan naar de huisarts en naar de apotheek. Vroeger had ik een eigen auto. Hier reizen we met de bus. De bus is duurder dan in mijn land. Elke vrijdagmiddag ga ik naar de moskee. Het is nu Ramadan, een maand van vasten. We eten allemaal op dezelfde tijd om tien uur 's avonds, na zonsondergang. Alleen onze jongste zoon doet niet mee, want hij is nog te jong. De kinderen hebben hun school hier. Mijn oudste zoon Baraa zit op Thamen. Mijn dochter Sedra zit in groep 6 op het Duet. De andere kinderen zijn aardig tegen haar. Mijn jongste zoon Mohammed Wesam gaat naar groep 2. De winkels zijn anders. Bij ons is een lange straat met veel winkels en er zijn veel markten. Hier heb je een grote supermarkt. In Nederland gaat alles op afspraak. In Syrië kon ik gewoon bij vrienden langs gaan. De technologie is hier beter. Ik werkte achter de computer met een accountantsprogramma. Maar boven alles is het hier een veilige plek.¨

Hoe ziet u de toekomst?

¨Ik weet niet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Ik ben 43 jaar. Ik heb veertig jaar in mijn land gewoond en woon bijna drie jaar in Nederland. Ik denk er altijd aan.¨

Wie wilt u als volgende kandidaat uitnodigen?

¨Jan Winkelaar. Hij woont bij ons in de flat. Ik wil hem vragen hoe het met hem gaat.¨

Conny Vos