• Robert Joore

Kettinggesprek Watze de Vries: Een leven vol avonturen

UITHOORN Bioloog Watze de Vries heeft meer avonturen beleefd dan menigeen. Hij zit vol verhalen over zijn reizen. Zijn huis is net een museum met boeken, unieke objecten en verzamelingen. Vorige week vroeg David Chung of hij nog een bepaalde reiswens heeft.

"Ik zou nog graag van Zuid- naar Noord-Australië willen reizen. In december word ik 82 jaar en ik ben een 'rijk' mens. Ik ben op veel plaatsen geweest, in Mongolië, China, Tibet, Peru, het Noordpoolgebied en in veel landen in Afrika. Ik heb bergen beklommen, door rivieren gewaad en oog in oog gestaan met ijsberen. Het meest ben ik geweest in Noord-Scandinavië. Ik kom al zestig jaar in Lapland. Ik ga er om het jaar heen. Ik heb er weleens een maand gewoond met mijn kinderen en ben rendierherder geweest."

Wat trekt u daarin aan?

"Het National Park Sarek in Noord-Zweden is het laatste stukje wildernis in Europa. Dat is mijn lievelingsgebied. Ik heb het park van zuid naar noord doorlopen. Ik heb me er een keer met een student en een Canadese kano door een helikopter laten droppen om een verboden rivier af te varen. Het is overleven. Het is gevaarlijk. Ik heb er 'Jezus' ontmoet. We moesten de rivier met hoog water en stroomversnellingen doorwaden. Het begon hard te sneeuwen. We waren ontzettend moe en deels onderkoeld. We moesten onze tent nog opzetten. Ineens kwam er iemand met een wit pak uit de sneeuwstorm op ons af lopen. Hij begon in het Zweeds tegen ons te praten. Hij verbleef in een berghut. Jaren later belde mijn vriend dat hij in een museum in Jokkmokk was en daar stond dezelfde hut met aan tafel dezelfde man."

U kanoot ook?

"Ik ben een verwoed kanoër en ik roei in een dubbele skiff. Ik heb Engelse opleidingen voor zeekano gedaan. Ik ben onder andere kano leercoach bij het Nederlandse Watersport Verbond en heb dertig jaar les gegeven bij kanovereniging Michiel de Ruyter, waarvan ik erelid ben. Samen met mijn zoon Jeroen heb ik veel mensen het Eskimoteren geleerd. Zelf heb ik bij Spitsbergen gekanood. Met vier zeekajaks gingen we 's nachts varen, maar het weer begon te veranderen. Het ging plotseling stormen. We voeren tussen drijfijs en de ijsschotsen botsten tegen ons aan. We werden opgetild en rolden bijna om. We waren in paniek en dachten allemaal dat het afgelopen was met ons. Toen gebeurde er iets wonderlijks. Op de punt van mijn gele zeekajak zat een zwart vogeltje met rode lakpootjes en het was alsof hij zei: 'wees maar niet bang. Het komt goed'. Het heeft acht uur geduurd. Ik had een Smith & Wesson revolver onder mijn zwemvest, maar die heb ik gelukkig niet nodig gehad. IJsberen kunnen goed zwemmen en zijn silent killers. Ook heb ik van zeer dichtbij walrussen ontmoet. Ik lokte ze met een speciaal fluitje."

Wat heeft u nog meer beleefd?

"We hebben onder andere anaconda's gezocht in het Amazone-gebied. Ook ben ik als vierde Europeaan bij een geïsoleerde groep Pygmeeën geweest. Met mijn dochter Mireille ben ik in een primair oerwoud in Madagaskar geweest. Daar heb ik een kleine Lemur, een halfaapje dat toen nog niet eens benoemd was, gefotografeerd. Met een visvriend heb ik een paar weken in Mongolië bij een stam gewoond. Het maakt je bescheiden. In Amerika ben ik in de Rocky Mountains geweest om te vliegvissen. Ik heb doosjes vol vliegvisjes en diverse hengels. Omdat ik ook paleontoloog ben, verzamel ik schedels, botten en fossielen van onder andere inktvissen en uitgestorven olifanten. Sommigen zijn miljoenen jaren oud. Als ik op reis geweest ben, kom ik terug met kilo's boeken en andere spullen."

Waarom zoekt u het avontuur op?

"Ik ben erg nieuwsgierig en ondernemend. Ik slaap soms buiten om in contact te zijn met de natuur. Ik heb een hut in het bos op de Veluwe en geef daar ook excursies. De natuur is een bijzonder ecosysteem. Maar ik heb ook een boodschap. Ik was universitair docent en biologieleraar op het Hermann Wesselink College en nam huiden, kaken, uilenballen en zelfs een dode kat die langs de weg lag mee. Mensen zijn soms niet blij met mij. Maar ik wil dat ze het ruiken en proeven. Ze moeten van de natuur geen kennis nemen via het glazen paardenoog, daarmee bedoel ik de tv, dat is dood. Ze moeten het zintuigelijk waarnemen. Ze moeten gaan nadenken over onze kosmos waar wij deel van zijn. We sluiten onze ogen, maar de veranderingen zijn ingrijpend. 75% van de insecten is weg. De muskusossen in Groenland lopen niet meer op sneeuw. We zijn elke dag op weg naar morgen, maar we leven er niet naar. We doen er niets aan. Bij velen ontbreekt de wil. Er is een discrepantie tussen mening en gedrag."

Wie wilt u als voor volgende keer vragen?

"René Wolbers. Hij is mijn opvolger als docent biologie bij het Hermann Wesselink College. Ik wil hem vragen wat hij de jeugd wil meegeven."

Conny Vos